Goed, de R-factor dus. Ik gebruik in mijn zoektocht drie definities van de R-factor. We hebben die van Willem Schoenius, uit 1685, uit zijn boek De weg der suyverheyt van d’Hollantse maegden, zoals ik die eerder al citeerde in mijn boek ‘De Ware, de Speigel en de Beitel’ (dat trouwens – wink, wink – nog steeds via mijn webshop verkrijgbaar is).
Schoenius schreef, 326 jaar geleden:
“Als een maagd naar buiten gaat, dan moet aan haar gedrag te zien zijn wat zij is. Zij moet voortschrijden, zij moet wijsheid uitstralen en iedereen verbazen alsof er een engel uit de hemel is neergedaald.”
Dan hebben we de gewone huis-tuin-en-keuken definitie zoals je die in woordenboeken tegenkomt.
Rein: schoon, zuiver, onbevlekt, onbesmet; ongeschonden; kuis, eerbaar; zindelijk, schoon. (Oei, wat een hoop ouderwetse worden, nog even volhouden!)
En tot slot, het belangrijkste. Gods definitie van reinheid. Die vinden we – onder anderen – in de brief van Paulus aan de christenen in Thessalonica:
“Want dit wil God: jouw heiliging, dat je je onthoudt van de hoererij, dat ieder van jullie in heiliging en eerbaarheid zijn vat wete te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten.”
Zijn vat verwerven? Watte? No worries, daar kom ik ook nog op terug. Wat in het vat zit verzuurt niet. Ik heb nu even de richtlijnen gespannen en de pijltjes uitgezet voor onze speurtocht naar de R-factor. Da’s niet het leukste werk, maar wel nodig om straks niet eindeloos af te dwalen. Maar goed, we hebben nog even voordat de R weer uit de maand is.