300.000 tranen in de nacht

300.000 seksverslaafden. Alleen in Nederland. 225.000 mannen, 75.000 vrouwen. Het aantal is zo groot geworden, dat er sprake is van een beginnende epidemie, zegt de Amsterdamse verslavingskliniek GGZ CrisisCare, die als oorzaak ‘de vrije toegang tot seks en pornografie op internet’ noemt. Hoe herken je het? Volgens GGZ door ‘veelvuldig pornogebruik, vreemdgaan en zelfbevrediging’.

Het regent in de stad. Onze Maker huilt.

De kranten mogen dan elke dag volstaan met alle ellende van de financiële crisis, maar wat jouw Maker écht raakt is onze morele crisis. 

En Rein maar roepen. Op dat internet. Tot-ie schor is. Tot niemand meer luistert. In de zoute tranen van de hemelse regen. 300.000 tranen in onze nacht.

Slaap zacht.

Definitie van de R-factor

Goed, de R-factor dus. Ik gebruik in mijn zoektocht drie definities van de R-factor. We hebben die van Willem Schoenius, uit 1685, uit zijn boek De weg der suyverheyt van d’Hollantse maegden, zoals ik die eerder al citeerde in mijn boek ‘De Ware, de Speigel en de Beitel’ (dat trouwens – wink, wink – nog steeds via mijn webshop verkrijgbaar is).

Schoenius schreef, 326 jaar geleden:

“Als een maagd naar buiten gaat, dan moet aan haar gedrag te zien zijn wat zij is. Zij moet voortschrijden, zij moet wijsheid uitstralen en iedereen verbazen alsof er een engel uit de hemel is neergedaald.”

Dan hebben we de gewone huis-tuin-en-keuken definitie zoals je die in woordenboeken tegenkomt.

Rein: schoon, zuiver, onbevlekt, onbesmet; ongeschonden; kuis, eerbaar; zindelijk, schoon. (Oei, wat een hoop ouderwetse worden, nog even volhouden!)

En tot slot, het belangrijkste. Gods definitie van reinheid. Die vinden we – onder anderen – in de brief van Paulus aan de christenen in Thessalonica:

“Want dit wil God: jouw heiliging, dat je je onthoudt van de hoererij, dat ieder van jullie in heiliging en eerbaarheid zijn vat wete te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten.”

Zijn vat verwerven? Watte? No worries, daar kom ik ook nog op terug. Wat in het vat zit verzuurt niet. Ik heb nu even de richtlijnen gespannen en de pijltjes uitgezet voor onze speurtocht naar de R-factor. Da’s niet het leukste werk, maar wel nodig om straks niet eindeloos af te dwalen. Maar goed, we hebben nog even voordat de R weer uit de maand is.


  

 

Op zoek naar de R-factor

Sommige mensen hebben de X-factor. Ze hebben iets – je weet niet precies wat – dat hen bijzonder maakt. Je kunt er je vinger niet op leggen, als je het wilt beschrijven ligt het op het puntje van je tong, maar je krijgt het niet over je lippen. En toch begrijpt iedereen precies wat je bedoelt. De X-factor valt misschien niet uit te leggen, het is ook niet nodig om het uit te leggen.

Rein gaat de komende tijd op zoek naar de R-factor. De ‘R’ van Rebekka. Omdat we daar allemaal (m/v) wel wat van kunnen gebruiken. En in tegenstelling tot de X-factor is de R-factor voor iedereen binnen handbereik. Gratis en voor niks.

Hakkenoverdeslootreinheid

Het blijft de vraag die het meest gesteld wordt: “Hoe ver mag je gaan?” Ik wil niet in herhalingen vallen, maar ik heb al eens gezegd dat je al te ver gaat als je die vraag stelt. Tenminste, als je ‘m om de verkeerde reden stelt. Als je de grenzen van wat je Maker wel/niet goedkeurt wilt opzoeken.

Er wordt wel eens gezegd dat we tegenwoordig een zesjescultuur hebben. Net voldoende is goed genoeg. En ja, dat zie je overal om je heen. Ik ben bang dat we ook een zesjesreinheid hebben. “Kijk mam, een 6- voor reinheid.” Maar reinheid is geen wiskunde. En ik weet één ding heel zeker: onze Maker walgt van die mentaliteit waarbij wij proberen net met de hakken over de sloot te komen.

In Openbaringen 3 zegt Hij: “Was je maar heet (10 met een griffel) óf koud, maar omdat je lauw bent (zesje), spuug ik je uit.”  Nee, die hakkenoverdeslootreinheid, daar kom je niet ver mee. Daar zou Jozef niet mee geslaagd zijn, tijdens zijn praktijkexamen.

De knaap en de vrouw (slot)

“Na verloop van tijd liet de vrouw van zijn meester haar oog op hem vallen. ‘Kom bij me  liggen,’ zei ze.  Maar dat weigerde hij. ‘Hoe zou ik dan zo’n grote wandaad kunnen begaan en zo kunnen zondigen tegen God?’  Dag in dag uit probeerde ze Jozef over te halen, maar hij gaf niet toe, hij wilde niet bij haar gaan liggen. Maar op zekere dag, toen hij de binnenvertrekken in kwam om zijn werk te doen en daar niemand anders van de bedienden was, greep ze hem bij zijn kleed. ‘Kom bij me liggen,’ drong ze aan, maar hij vluchtte naar buiten; zijn kleed liet hij bij haar achter.

Herken je de setting? De spelers zijn hetzelfde: een jonge, gezonde kerel en een verleidelijke vrouw. Het toneel is hetzelfde: Egyptische geuren en kleuren, gespreid bedje, niemand in de buurt. Precies wat we in Spreuken 7 zagen, maar toch zo heel anders. Jozef liet zich niet inpakken, niet verleiden. Jozef had iets wat de knaap uit Spreuken niet had. Kracht van binnen. Of beter: van boven. Reinheid is een kracht die alle verleiding wegblaast. Heb je die kracht? Dat kan alleen als je één bent met die krachtcentrale, Jezus zelf.

Huiskamervraag: Waar begon de reinheid van Jozef? Moest hij het hals-over-kop bij elkaar schrapen toen die opgedirkte diva aan zijn arm trok?

Les 9: Vluchten is niet verkeerd. Jozef rende weg van de verleiding. Dat was geen angsthazengedrag, dat was het beste dat hij op dat moment in die situatie kon doen. Jezelf beschermen is verstandig, niet zwak. Maar let ook even op het belangrijkste verschil met de knaap uit Spreuken 7. De situatie lijkt op het eerste gezicht hetzelfde, maar er is één groot verschil. De knaap liep in de richting van haar huis, weet je nog. Jozef kwam hier door overmacht terecht. Hij zocht de verleiding, de zonde niet op. Maar het echte, allergrootste verschil is of je de kracht van reinheid kent. Meer nog, of je die in je hebt. Wees eens eerlijk! En die kracht heeft een naam.

 

Tijdelijk trouwen?

In Mexico willen ze ‘tijdelijk trouwen’ invoeren. Voor een periode van twee jaar. Contractverlenging is mogelijk, maar de huwelijksverbintenis kan ook aan het eind van de rit automatisch vervallen. Scheelt een hoop rompslomp vinden ze. Gek idee? Een paar jaar geleden pleitte een Duits parlementslid ook al voor ‘tijdelijk trouwen’. Zij dacht aan zeven jaar, vanwege de beruchte seven year itch.

Na zeven jaar begint het te jeuken, zeggen ze. En dan wil je wat anders, zeggen ze. En dat moet kunnen, zeggen ze. Die Duitse parlementariër winst waarover ze praatte, want ze was 49 en al twee keer gescheiden. Maar trouw en tijdelijk zijn een tegenspraak. Trouw – echte trouw – kent geen einde. Sterker nog, trouw kent zelfs geen begin. Rein was al trouw aan Mevrouw Rein lang voordat hij haar leerde kennen.

Trouw is een bouwsteen van liefde, geen tijdelijke, bijna zakelijke overeenkomst. Trouw ruikt naar toewijding, naar zelfverloochening (moeilijk woord), trouw ruikt naar zweet. Trouwen is een werkwoord.

Rare scenes krijg je straks. Man gaat in een druk restaurant op z’n knieën en zegt tegen de vrouw aan zijn tafel: “Schat, wil je met me trouwen?” Zij pakt haar agenda uit haar handtasje en zegt: “Hmmm. Mijn huidige contract met Paul loopt nog anderhalf jaar door. Maar daarna kun je me voor – eventjes kijken – twee jaar boeken.”